BRAZILIË

De droom is voorbij
Nog maar een paar jaar geleden was Brazilië het voorbeeld van een land dat zich in korte tijd had omgevormd van ontwikkelingsland tot bloeiende economie. Brazilië was het land van de mogelijkheden. In 2010 groeide de economie met 7,5 procent, eind 2011 passeerde Brazilië het Verenigd Koninkrijk als zesde economie ter wereld. Door de grote vraag naar soja, ijzererts en olie, onder andere uit China, stroomde het geld binnen. Voor de zuidkust werden mogelijk de grootste olievoorraden ter wereld ontdekt. Het leidde tot een sterk groeiende middenklasse en grote binnenlandse consumptie: mensen verdienden voor het eerst voldoende geld om witgoed, elektronica en auto’s aan te schaffen. Zo werd Brazilië één van de BRIC-landen: Brazilië, Rusland, India en China. Ze golden als veelbelovende economieën met groeipotentie. Maar die tijd is voorbij.

Diepe crisis
Brazilië verkeert de laatste jaren in een diepe politieke, economische en sociale crisis.

  • Politiek: grootste corruptieschandaal in de historie van Brazilië; operatie Car Wash, 271 van de 594 leden van het Braziliaanse Congres worden aangeklaagd voor ernstige feiten als fraude, omkoping en zelfs moord. In 2016 is de in 2014 herkozen president Dilma Roussef, van de sociale arbeiderspartij PT via een impeachment procedure afgezet en vervangen door Michel Temer, van de conservatieve rechtse PMDBpartij. Uit een recente opiniepeiling blijkt dat slechts 10 % van de bevolking tevreden is over de nieuwe president. Bijna twee derde van de Brazilianen wil dat Temer aftreedt en dat er nieuwe verkiezingen worden gehouden.
  • Economie: een economische krimp van bijna 4 % in 2015, het grootste dieptepunt in 25 jaar. De werkloosheid is 12 % en de inflatie is opgelopen tot bijna 10 % in 2016.
  • Sociaal: in 2015 bestond de Braziliaanse samenleving uit ruim 204 miljoen mensen, hiervan leven ruim 8 miljoen mensen in extreme armoede. Dat betekent dat zij geen onderdak hebben, niet dagelijks te eten en te drinken hebben en geen toegang hebben tot gezondheidszorg. Bijna 44 miljoen mensen leven onder de internationale armoede grens, zoals vastgesteld door de World Bank[i]. 25% van de Braziliaanse bevolking woont in een sloppenwijk, die in Brazilië een ‘favela’ wordt genoemd. Deze wijken hebben geen centrale riolering, schoon water of fatsoenlijke infrastructuur en worden geteisterd door geweld en criminaliteit vanwege de drugshandel. Klassenscheiding en racisme zijn aan de orde van de dag.

Mensen genoeg geld geven zodat ze geen honger lijden is belangrijk, maar niet voldoende. Voor een definitieve transformatie van hun leven zijn structurele investeringen nodig, in onderwijs en gezondheidszorg. De Braziliaanse regering heeft in december 2016 besloten de overheidsuitgaven in o.a. onderwijs en gezondheidszorg voor twintig jaar te bevriezen, zij hoopt hiermee de economie op de rails te krijgen en het vertrouwen van investeerders terug te winnen. Bijna twee derde van de bevolking is tegen de maatregel, die vooral de armste Brazilianen hard zal treffen.Onderkant formulier Zij zijn volledig afhankelijk van openbaar onderwijs en gezondheidszorg, terwijl het vermogende deel van de bevolking toegang heeft tot particuliere instellingen. Ook sociale programma’s, zoals Bolsa Familia en uitkeringen lopen gevaar.

Bolsa Família
In een poging de inkomensongelijkheid tussen arm en rijk te verminderen heeft de toenmalige president Lula da Silva in 2004 het sociale programma ‘Bolsa Família’ geïntroduceerd. Via dit programma ontvangen families, zonder inkomen, maandelijks per kind tussen de 35 en 135 Real (€9 tot €34), in ruil hiervoor moeten hun kinderen naar school. Het geld wordt niet contant overhandigd, maar één persoon in de familie (doorgaans de moeder) krijgt een pas waarmee zij in de supermarkt eten kan kopen. Het programma was zeer succesvol; 28% vermindering van armoede en 10 jaar na de invoering van het programma voldeden al bijna twee miljoen Brazilianen niet meer aan de criteria van het programma. Zij konden dus in hun eigen inkomen voorzien. Ondanks dit programma, dat nog steeds loopt, is Brazilië er niet in geslaagd om de inkomensongelijkheid tussen arm en rijk op structurele wijze te verkleinen. Inkomensongelijkheid is ‘slechts’ één aspect van het enorme verschil tussen arm en rijk in Brazilië, toegang tot gezondheidszorg en goed onderwijs zijn andere aspecten.

 

HET ONDERWIJS IN BRAZILIË

Het werk van SOLidariedade richt zich op onderwijs, in de meest brede zin van het woord. SOLidariedade is ervan overtuigd dat goed onderwijs de beste weg is naar een leven zonder armoede. Het onderwijssysteem) in Brazilië kent een groot aantal uitdagingen, waarvan wij er drie zullen toelichten; het verschil tussen privé en overheidsscholen, de algehele lage kwaliteit van het onderwijs in Brazilië en het uitblijven van structurele investeringen in het onderwijs.

Het verschil tussen privé en overheidsscholen
De toegang tot overheidsscholen is gratis. Er zijn echter te weinig schoollokalen voor alle Braziliaanse kinderen, waardoor ‘stoelen’ twee of drie keer per dag bezet moeten worden door andere kinderen (ochtend, middag, avond). Kinderen gaan daarom maar vier uur per dag naar school. Overheidsscholen zijn meestal slecht onderhouden. Veel scholen hebben geen bibliotheek of computerfaciliteiten en de meeste scholen hebben geen gekwalificeerde vakleerkrachten. Onderzoek toont aan dat de kwaliteit van een leerkracht grote invloed heeft op het succes van een leerling op school en in zijn/haar verdere leven. In Brazilië heeft nauwelijks een derde van de leerkrachten op overheidsscholen zelf de middelbare school afgerond.
Voor de Braziliaanse gezinnen waar SOLidariedade mee werkt is het financieel onmogelijk om hun kinderen op een privé school te plaatsen. Dit betekent dat hun kinderen nooit toegang zullen krijgen tot kwalitatief goed vervolgonderwijs, waarmee hun kansen op betaald contractwerk (formele arbeid) en de daarbij behorende sociale voorzieningen in hoge mate afnemen. Dit proces herhaalt zich van generatie op generatie. Door de uitzichtloze situatie nemen jongens vaak hun toevlucht tot de ‘lucratieve’ drugshandel waarin op snelle wijze veel geld verdiend kan worden. Dat dit doorgaans ook een kort leven inhoud nemen ze op de koop toe. Meisjes worden vaak op zeer jonge leeftijd moeder, dit heeft niets te maken met een gebrek aan voorlichting of voorbehoedsmiddelen, maar wel met een gebrek aan perspectief en andere rolmodellen dan hun eigen moeder.

De algehele lage kwaliteit van het onderwijs in Brazilië
Volgens het Global Competitiveness Report van het World Economic Forum blijft het niveau van het basisonderwijs en hoger onderwijs in Brazilië laag. Uit hun onderzoek blijkt dat Brazilië op een ranglijst van 148 onderzochte landen op de 129ste plaats staat qua basisonderwijs en op de 121ste plaats qua hoger onderwijs. In de meeste Zuid-Amerikaanse landen ontvangt de meerderheid van de kinderen geen kwalitatief goed en relevant onderwijs. Met als gevolg dat veel jongeren de arbeidsmarkt op gaan zonder de noodzakelijke vaardigheden en kennis voor het vinden van fatsoenlijk werk en te participeren in een toenemende competitieve, informatierijke en globale economie. Aan de andere kant kunnen werkgevers niet voldoende gekwalificeerd personeel vinden. Deze enorme afstand tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt onderdrukt de economische groei en versterkt de ongelijkheid tussen arm en rijk. In Zuid-Amerika start 92% van de kinderen met de basisschool, slechts één op de vier kinderen uit de laagste sociale klasse in Brazilië rond de basisschool af, 41% rond de middelbare school af en nauwelijks één op de 200 studenten uit deze klasse volgt een hogere beroepsopleiding.

Het uitblijven van structurele investeringen in het onderwijs
In 2014 heeft de Braziliaanse overheid een Nationaal Onderwijsplan (PNE: Plano Nacional de Educação)voor de komende tien jaar opgesteld. Voor de periode 2015 en 2016 was als doel gesteld dat alle Braziliaanse kinderen tussen de 4 en 17 jaar oud naar school zouden gaan. Volgens schattingen van onderwijsinstituten gaan op dit moment 2,8 miljoen kinderen in deze leeftijdscategorie niet naar school. Ongeveer 700.000 kinderen in de leeftijd van 4 tot 5 jaar oud gaan niet school, omdat er simpelweg geen plaats is.

Not quite iniv

 

Vanwege de in december 2016 aangekondigde bevriezing van overheidsinvesteringen o.a. op het gebied van onderwijs zullen de doelen van het Nationaal Onderwijsplan niet gehaald worden. Dit betekent ten eerste dat er niet voor alle Braziliaanse kinderen een plaats op een school is en ten tweede dat er niets zal veranderen aan de toch al lage kwaliteit van het onderwijs.

Het NOS Jeugdjournaal heeft in 2014 een reportage gemaakt over het verschil tussen overheidsscholen en privé scholen in Brazilië. In de reportage komen verschillende kinderen uit het Centro Franciscano aan het woord. De reportage is hieronder te zien: